Toekomstgericht werken we aan noodzakelijke natte natuur

Beschermer tegen overstromingen en buffer tegen droogte

Het Sigmaplan beschermt Vlaanderen tegen overstromingen van de Schelde en haar zijrivieren! Maar er gebeurt zoveel meer! De getijdennatuur met zijn slikken en schorren helpt de voedselketen en biodiversiteit van onze natuur herstellen. Wetlands bufferen dan weer grote voorraden CO2 door het in de bodem op te slaan in de vorm van organisch materiaal. Onze moerasgebieden zijn ook super belangrijk in de strijd tegen de droogteproblematiek ten gevolge van de klimaatverandering.

De Scheldevallei is noodzakelijke natte natuur voor een biodiverse en duurzame toekomst!

Boudewijn Ruisbroek 1976 Archief Museum De Bres

Het ontstaan van het Sigmaplan

Doordat de getijkrachten van zon en maan inwerken op het waterniveau in de Schelde, is er elke dag een verschil van een paar meter tussen hoog en laag water. Eens in de vijftien dagen versterken de getijkracht van zon en maan elkaar maximaal en spreken we van springtij. Wanneer een uitzonderlijk zware noordwesterstorm samenvalt met zo'n springtij, wordt het water de rivier opgestuwd met de nodige waterellende tot gevolg. In de vorige eeuw sloeg zo'n stormvloedramp tweemaal toe, in 1953 en 1976. Er vielen dodelijke slachtoffers en de materiële schade was niet te overzien.

Om dergelijke scenario's nooit opnieuw te hoeven meemaken, riep de overheid het Sigmaplan in het leven. Dit vooruitstrevende en ambitieuze plan had drie doelen: stevigere en hogere dijken aanleggen, gecontroleerde overstromingsgebieden inrichten die het teveel aan water kunnen opvangen en een stormvloedkering bouwen in Oosterweel. Met het plan bood Vlaanderen een antwoord op stormvloeden en overvloedige neerslag.

Sigmaplan overzichtskaart

Het Sigmaplan vandaag

Intussen werd de eerste versie uit 1977 van het Sigmaplan herzien in 2005. Waar de focus in het begin beperkt was tot waterbeheersing, is de ambitie van het Sigmaplan nu veel omvangrijker. Het project combineert verschillende doelen om o.a. van de Scheldevallei een klimaatbestendig en veerkrachtig gebied te maken voor de toekomst.

De rivier krijgt terug ruimte om te overstromen. Daarmee krijgt de typische riviernatuur, namelijk getijdennatuur met slikken en schorren enerzijds en wetlands zoals vochtige graslanden, moerassen en valleibossen anderzijds, de kans om zich terug te herstellen nadat die voor een groot stuk verloren was gegaan. Op die manier creëert het Sigmaplan grote lappen natuur in de Scheldevallei die een fantastisch kader vormen voor activiteiten zoals wandelen, fietsen of watersport. Om die nieuwe recreatiemogelijkheden ten volle te benutten legt het plan verspreid over het hele gebied wandel- en fietspaden aan, met vlonderpaden, vogelkijkhutten, uitkijktorens, infopunten, picknickplekken en zoveel meer.

Zonder het Sigmaplan was er geen sprake van Nationaal Park Scheldevallei!

668e59a53adbed778ca49046 vilda Woudaapje in het riet A4 18730 Rollin Verlinde comp

Natuurherstel: van 2005 tot nu

Het Sigmaplan kreeg dus in 2005 ook een groot natuurluik met focus op natte natuur. Om de vervuilde Schelde om te vormen tot een gezonde rivier met alle planten- en diergemeenschappen was concreet 5.500 hectare extra natuur nodig. We zitten nu halverwege die doelstelling voor natuurherstel. Nog niet zo lang geleden was het van Antwerpen tot de Durmemonding één grote zuurstofloze zone, compleet afgesneden en dood door vervuiling. Vandaag tellen we in de Schelde en haar bijrivieren zo’n 65 vissoorten. Een heel ecosysteem is opnieuw tot leven gekomen.

Ook de connectie tussen rivier, vallei, polder en waterlopen is hersteld zodat vissen kunnen migreren van rivieren naar bekenstelsels. Als gevolg daarvan treffen we reigerachtigen aan tot diep in het land. Tot de verbeelding sprekende soorten als de lepelaar, de roerdomp of het woudaapje heroveren de Scheldevallei. Maar ook tal van eendensoorten, rietvogels en moerasvogels voelen zich intussen hier thuis. Deze unieke riviernatuur is waardevol als broed- en foerageergebied. Het aantal moerasvogels is in 20 jaar verhonderdvoudigd. Daarnaast trekken de Sigmaplangebieden steeds meer trekvogels. Het is belangrijk dat ze voldoende stopplaatsen vinden tijdens hun tocht naar het noorden of zuiden en die zijn er nu langs de Schelde. Ook bevers en otters vinden steeds vaker de weg naar de Scheldevallei. Sinds de jaren tachtig was de otter zo goed als verdwenen uit Vlaanderen, maar vandaag zien we ‘m opduiken in de Polders van Kruibeke en in andere Sigmaplangebieden. Belangrijk, want otters hebben graag wat ruimte en houden van een aaneengesloten leefgebied.

Hoe werkt dat Sigmaplan concreet?

Het Sigmaplan staat voor hogere en bredere dijken, een keten van overstromingsgebieden (GOG en GOG-GGG) langs de getijdenrivieren en lokale ontpolderingen. Zo beschermen we heel Vlaanderen tegen overstromingen vanuit die getijdenrivieren bij stormtij.